[mailto:praktijk@percaya.nl]
[./contact_percaya.html]
[./begeleiding.html]
[./psychosociaal_begeleider_percaya.html]
[./zakelijk.html]
[./zelfvertrouwen.html]
[./assertiviteit.html]
[./kinderen.html]
[./artikelen_en_publicaties.html]
[./links_percaya.html]
[./verlegenheid.html]
[./pages/modern_index.html]
[Web Creator] [LMSOFT]
Percaya praktijk voor psychosociale begeleiding
Het plaatsen van de teksten betekent niet
dat ik het altijd helemaal eens ben met de inhoud.
Ik vind de inhoud echter interessant genoeg
om jou er kennis van te laten nemen.



Als verlegenheid een sociaal probleem wordt
ledereen heeft een zekere sociale angst. Net zoals iedereen zich soms depressief
of somber kan voelen. Sociale angststoornis of sociale fobie is een extreme angst
om bij anderen voor 'gek' te staan. Is confrontatie onvermijdelijk, dan ontstaan
allerlei lichamelijke klachten zoals zweten, hartkloppingen, misselijkheid,
duizeligheid en het gevoel flauw te vallen.
Sociale angststoornis komt veel voor en ligt vaak aan de basis van allerlei
andere problemen, zoals depressie en alcohol verslaving. Uit onderzoek van
psychologe Alexandra Dingemans van de Universiteit van Utrecht blijkt dat sociale
angststoornis op jonge leeftijd begint en een zwaar stempel drukt op de rest van
het leven.
Doordat de eerste verschijnselen zo vroeg beginnen en het lang duurt voordat hulp
wordt gezocht, worden patiënten in een cruciale fase van hun leven gehinderd in hun
ontplooing. Dingemans ontdekte dat de eerste verschijnselen van de sociale
angststoornis bijna altijd voor het twintigste jaar beginnen. Gemiddeld duurt het
14 jaar voordat patiënten hulp zoeken.
Overigens blijken sociale angststoornissen goed behandelbaar. Uit onderzoek in
gespecialiseerde centra voor angststoornissen had ongeveer driekwart van de
patienten duidelijk baat bij behandeling. Meer dan de helft van de gevallen werd
behandeld met een combinatie van geneesmiddelen en gedragstherapie, een kwart
alleen met geneesmiddelen en 1/5 deel alleen met gedragstherapie.
In het algemeen wordt veel te weinig hulp gezocht voor een sociale angststoornis.
Redenen zijn het ontkennen van de ernst van het probleem, schaamte voor
behandeling door een psychiater en ook omdat de orngeving het vaak afdoet als
'een beetje verlegenheid'.
Sociale angststoornis komt vrij vaak voor. Volgens schattingen heeft tussen de
1.7% en 14.4 % van de bevolking er last van. Onderzoek leert dat alleen
psychiaters de aandoening redelijk herkennen, nl, bij 73% van de patiënten die
aan de aandoening lijden. Huisartsen herkennen slechts 12%, internisten 10%
en gynaecologen 1%.
De belangrijkste oorzaak hiervan is dat patiënten vaak ook andere problemen
hebben zoals andere angststoornissen (paniekstoornis), depressie, drankmisbruik
of zelfmoordneigingen.
Het onderzoek van Dingemans suggereert dat de sociale angststoornis de basis is
voor veel van deze problemen. Sociale angststoornis wordt behandeld met
geneesmiddelen en met verschillende vormen van psychotherapie.
Voor een continue behandeling blijken bepaalde soorten antidepressiva het meest
geschikt. Recentelijk is in Engeland de SSRI paroxetine officieel geregistreerd
voor de behandeling van sociale angststoornis. Dit gebeurde naar aanleiding van
dubbelblind, met placebo gecontroleerd onderzoek waaruit bleek dat het werkelijk
helpt bij sociale angststoornis. Ook van andere antidepressiva wordt gedacht dat ze
helpen, maar dat is minder goed onderzocht.
Onlangs zijn in het Amerikaanse tijdschrift Journal of Clinical Psychiatry richtlijnen
vermeld voor de medicamenteuze behandeling van sociale angststoornis.
Daarbij wordt als eerste stap een antidepressivum uit de klasse van SSRI's
aanbevolen.Bij het voorschrijven van medicijnen is een arts natuurlijk altijd vrij in
zijn keuze, waarbij hij ondermeer let op het ziektebeeld en de persoonlijke
omstanigheden van de patiënt.

Uit "Brabants Dagblad".

________________________________________________________________

Eens verlegen, altijd verlegen
Je bent bang voor verandering en je kruipt in je schulp op het moment dat je
nieuwe mensen ontmoet. Kortom: je bent verlegen. Helaas is hier niets aan te doen.
Uit een twintig jaar durende studie van Amerikaanse psychologen blijkt dat
verlegenheid een eigenschap is die een leven lang meegaat. Wie zich als tweejarige
peuter al bedeesd gedraagt, zal als volwassene een zelfde voorzichtigheid voor
nieuwe situaties blijven handhaven. Dat concluderen de onderzoekers van de
Universiteit van Harvard. Zij hebben twintig jaar geleden een groep tweejarigen
onderzocht en zijn de kinderen blijven volgen. Ze publiceerden hun bevindingen
in de laatste editie van het Amerikaanse blad Science.
Verlegenheid blijkt zijn oorsprong te vinden in de amygdala, een amandelvormige
hersenstructuur die emoties regelt. Verlegen mensen hebben een veel actievere
amygdala dan extraverte mensen, zo ontdekten de wetenschappers via hersenscans.
De scans werden uitgevoerd terwijl de deelnemers aan het onderzoek naar foto's van
gezichten van vreemden en bekenden keken. Daaruit konden de onderzoekers afleiden
dat mensen die als kind al verlegen waren een hogere hersenactiviteit hebben dan
avontuurlijkere types wanneer ze foto's van onbekenden onder ogen krijgen. Verlegen
mensen blijven dus ook altijd verlegen, ongeacht hun levenservaring.

IPB 08-08-2003
________________________________________________________________

Verlegen? Zo komt u er vanaf!
Geschreven door T. Schilling

Wist u dat 48% van de mensen zichzelf verlegen vindt? Het komt dus veel meer voor
dan u misschien denkt. Gelukkig is er ook iets aan te doen.

Verlegenheid ontstaat vaak in de vroege jeugd. Kinderen krijgen negatieve
boodschappen van anderen en vertalen dit onbewust als "Ik ben minder waard dan
een ander." Als ze volwassen zijn, hebben ze daardoor moeite met de omgang met
andere mensen. Is dit altijd het geval, dan spreken we van verlegenheid. Treedt het
alleen op in bepaalde situaties (bijvoorbeeld alleen bij sollicitatiegesprekken), dan
spreken we van sociale angst. Verlegen mensen hebben een lage zelfwaardering en
zijn erg perfectionistisch. De angst om iets verkeerd te doen en dan af te gaan zorgt
ervoor dat ze erg gespannen zijn in sociale situaties

Wat gebeurt er nou precies? Iemand bevindt zich in een bepaalde situatie,
bijvoorbeeld een feest. Hij of zij krijgt dan, vaak al voor de gebeurtenis, allerlei
automatische gedachten, zoals Als ik maar iets grappigs weet te zeggen, Anderen zijn
vast beter gekleed dan ik enzovoort. Hierdoor is zo'n persoon erg op zichzelf gericht
en verloopt het contact met anderen moeizaam. Een gesprek verloopt immers beter
als je er met je volledige aandacht bij bent. Door deze "mislukking" ervaart de persoon
de volgende keer nog meer spanning.

Om hier iets aan te doen moet u eerst greep krijgen op de automatische gedachten,
bijvoorbeeld door ze op te schrijven. Dan kunt u ze gaan analyseren. Waar komen ze
vandaan, op welke eigenschap van uzelf hebben ze betrekking? De volgende stap is
het veranderen van deze gedachten. U kunt dit doen door bijvoorbeeld hardop Stop
te zeggen als u merkt dat deze gedachten de kop op steken. Dan kunt u proberen
om deze gedachten te veranderen door andere, meer reële gedachten.

Naast het veranderen van de automatische gedachten kunt u ook uw zelfbeeld
verbeteren, bijvoorbeeld door visualisaties (u voorstellen dat u een mooi, kundig mens
bent) of affirmaties (tegen uzelf zeggen dat u er wezen mag).

Dan nog zijn er misschien situaties waarvoor u gespannen bent. U kunt deze spanning
het hoofd bieden door een goede voorbereiding op de gebeurtenis en door ontspanningsoefeningen. Het is wel belangrijk dat u geen dingen gaat vermijden, want
dit zou ervoor kunnen zorgen dat uw verlegenheid uiteindelijk uitmondt in een fobie.

Kortom, verlegenheid hoeft geen probleem te zijn, u kunt er heus wel iets aan doen!

Meer weten? Lees het boek "Verlegen; Meer zelfvertrouwen leren", geschreven door
Pieternel Dijkstra.

________________________________________________________________

Enkele cijfers (sociale fobie)
Een sociale fobie komt bij vrouwen bijna tweemaal zoveel voor als bij mannen.
Mannen zoeken vaker hulp voor dit probleem. Een sociale fobie begint meestal
in de kinderjaren of in de vroege adolescentie en maar zelden na het
vijfentwintigste levensjaar. Dat een sociale fobie meestal in de kinderjaren of
de vroege adolescentie begint valt waarschijnlijk te verklaren uit een toename
van zelfreflectie en een gelijktijdige verandering en uitbreiding van de
sociale omgeving, waardoor in deze tijd contacten met anderen belangrijker
worden.

Mensen met een sociale fobie in Nederland:

Per duizend personen:

Mannen     Vrouwen
27,1            46,7

Absoluut:

Mannen     Vrouwen
153.600      257.400

Bron: Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (RIVM), 2000

_________________________________________________________________

Voor het eerst hebben onderzoekers gezien hoe de hersenen van
verlegen mensen reageren op het zien van een vreemde. De aanleg
tot verlegenheid is blijvend, maar wie weet is dat ooit met een
geneesmiddel te verhelpen, denken de onderzoekers.


Verlegenheid zit - letterlijk - tussen de oren. Om precies te zijn: in de amygdala,
een klein, amandelvormig gebiedje onderin de grote hersenen, dat verband
houdt met de verwerking van emoties. Dat de amygdala iets te maken heeft
met verlegenheid was twintig jaar geleden al voorspeld, maar nu hebben
neurologen het bewijs geleverd. Onder de fMRI-hersenscanner zagen ze hoe
de amygdala's van dertien verlegen proefpersonen ogenblikkelijk aanfloepten
als ze een foto van een vreemde te zien kregen.

Dat betekent dat verlegenheid een hardnekkige eigenschap is, constateren
de onderzoekers in het blad Science. De proefpersonen waarmee Jerome
Kagan en collega's werkten, waren immers al als 2-jarige peuter
gediagnosticeerd als extreem verlegen. En nu, de proefpersonen waren
inmiddels jonge twintigers, reageerden hun hersenen nog steeds op foto's
van vreemden. Eens verlegen, altijd verlegen, zo lijkt het.

Toch valt daarop iets af te dingen. Want wat iemand met zijn aanleg tot
verlegenheid doet, is een ander verhaal, benadrukken de onderzoekers.
"Sommige van onze proefpersonen die mensenschuw waren, zijn dat niet
meer. Ze zijn eroverheen gekomen", zegt onderzoeker Jerome Kagan
desgevraagd. "Mensen overwinnen hun verlegenheid. En omgekeerd kun
je verlegenheid ook ontwikkelen." Dat verlegenheid voor een deel erfelijk
is, was overigens al bekend.

Onder de proefpersonen bevonden zich ook negen mensen die als kleuter
waren gediagnosticeerd als buitengewoon extravert. Ook dat was terug te
zien in de hersenscans. De hersenen van de extraverte mensen reageerden
net zo op gezichten van vreemden als op foto's van goede bekenden. Voor
iemand die extravert is, is een volstrekte vreemde blijkbaar net zo vertrouwd
als een oude bekende. Maar ook extraversie heeft een prijs: extreem
spontane mensen zijn vaker geneigd tot agressief, koppig, heethoofdig en
ander asociaal gedrag, benadrukken de onderzoekers.

Het is niet toevallig dat uitgerekend de amygdala een rol speelt. Dat
hersengebied regelt immers ook de zogeheten 'vecht/vlucht-reactie': de
paniek die iemand bij gevaar kan overmeesteren. Een aanval van
verlegenheid is wat dat betreft ongeveer hetzelfde als het ervaren van een
acute, levensbedreigende situatie - inclusief bijbehorende symptomen,
zoals zweethanden en hartkloppingen. Overigens gaat de amygdala niet
uitsluitend over narigheid: zo bleek vorige maand nog uit Zweeds onderzoek
dat het hersengebied reageert op het drinken van wijn.

Hoewel de meeste van Kagans proefpersonen hadden leren omgaan met hun
aanleg, waren er ook twee bij die inmiddels werden geplaagd door een heuse
sociale fobie. Wat dat betreft is het maar goed dat er steeds meer bekend
wordt over de tastbare, biologische kant van verlegenheid, vindt Kagan.
Misschien dat extreem verlegen of extraverte mensen hun aanleg op een dag
met een pilletje kunnen temperen.

Maarten Keulemans, NOS Online


Carl Schwarts et al., "Inhibited and uninhibited infants grown up: adult amygdalar
response to novelty".
In: Science, 20 juni 2003, 1952-1953 (2003).

_________________________________________________________________________