Bij het ontstaan van een depressie spelen biologische factoren een rol.
Iemand die een depressie krijgt, heeft er een zekere aanleg voor om
deze te krijgen (een nare ingrijpende ervaring kan bij de ene mens een
depressie veroorzaken terwijl een ander hier geen last van krijgt).
Naast biologische factoren spelen psychosociale factoren een rol. Nare gebeurtenissen zoals ontslag krijgen, een dierbare verliezen door overlijden,
de beëindiging van een relatie, steeds maar weer ervaren dat je heel onzeker
bent in sociale situaties en je hierdoor geen contacten durft aan te gaan waardoor je je eenzaam en onmachtig voelt, kunnen zo heftig ingrijpen in een mensenleven dat een depressie kan ontstaan wanneer je hier aanleg voor hebt.
Mensen die gedeprimeerd of somber zijn door vervelende gebeurtenissen
kunnen nare gedachten hierover nog wel even van zich afzetten als er iets
grappigs gebeurt of wanneer iemand in de omgeving hen afleidt.
Als je een depressie hebt, lukt je dit niet meer. Je blijft dan het liefst in je bed
liggen, hebt geen zin in de dag, je kunt echt geen interesse meer opbrengen
voor wat er om je heen gebeurt. Je blijft maar piekeren over dat wat je is
overkomen. Somber peinzend staar je voor je uit. Dingen waar je normaal de
humor van inziet, toveren nog niet de kleinste glimlach op je gezicht. Hobby’s interesseren je niet meer. Je verliest je eetlust, geniet niet meer van lekkere
hapjes, hebt geen zin meer om te vrijen. Je voelt je uiteindelijk volkomen
waardeloos. Door het getob kun je maar slecht slapen, ontspannen is niet
meer mogelijk.
Verlegenheid en depressie
Wanneer jouw sociale angst of verlegenheid je hindert in je dagelijks leven op een dusdanige manier dat je:
- er somber van wordt,
- geen uitweg meer ziet,
- je machteloos voelt,
- geen hoop op verbetering meer hebt,
- in een isolement geraakt,
- ervaart nog maar weinig zelfcontrole te hebben,
- geen grip meer hebt maar het je lijkt te overkomen, is de kans op het ontstaan van een depressie heel reëel aanwezig.