Hooggevoeligheid staat centraal in de onderzoeken van Aron. Onder meer zich baserend op de onderzoeken van de psychiater Carl Jung en psycholoog dr. Jerome Kagan, komt zij tot de conclusie dat hoogsensitiviteit sterk aangeboren en genetisch bepaald is. Echter, anders dan bijvoorbeeld Kagan en de reguliere therapeutische psychologie kenmerkt zij het bijbehorende gedrag niet als geremd, verlegen of bedeesd en afwijkend, maar als het natuurlijk gevolg van de aangeboren hooggevoeligheid die positief te waarderen is.
Aron concludeert dat uit meerdere onderzoeken blijkt dat mensen met een gevoeliger zenuwstelsel zowel intern als extern sterker geprikkeld worden dan gemiddeld. In interne zin zijn HSP's gevoeliger voor emoties, pijn, genot en andere lichamelijke en geestelijke ervaringen. In externe zin zijn HSP's niet alleen gevoeliger voor geluiden en geuren en voor visuele en tactiele stimulatie, maar blijken zij ook meer indrukken op te nemen, waardoor zij zich eerder en meer bewust zijn van details en het aantal mogelijke scenario's die een omgeving in zich bergt. HSP's zijn daardoor meer alert op mogelijke gevaren en zijn eerder geneigd tot het overdenken en inschatten van situaties wat volgens Aron door collega's vaak ten onrechte als verlegenheid en geremdheid wordt beschouwd. Ook zijn HSP's geneigd tot minder sociale omgang en assertiviteit, volgens Aron wederom niet omdat ze verlegen of weinig sociaal zijn, maar als gevolg van noodzakelijke aanpassing aan hun aangeboren eigenschap die hen noopt voorzichtiger met zichzelf en hun omgeving om te gaan. Tevens zijn HSP's vanwege hun aangeboren opmerkingsvermogen meer geneigd tot empathie en blijken zij in met name een rustige omgeving in staat te zijn informatie beter dan gemiddeld in zich op te nemen en tot in alle details en nuances uit te werken.
Voor Aron vormen deze onderzoeksresultaten aanleiding voor een andere, positievere benadering en waardering van hooggevoeligheid.
In praktische zin is het volgens Aron belangrijk dat HSP's zich bewust worden van die aangeboren eigenschap en dat ze hun levenswijze daaraan aanpassen: Meer rust nemen, vaker alleen zijn of de natuur opzoeken en overprikkeling (zoals drukke, competitieve omgevingen) beperken. Ook dienen zij schuld- of minderwaardigheidsgevoelens over hun inherente beperkingen los te laten en doen HSP's er beter aan niet te trachten zich te conformeren aan het gedrag van niet- HSP's, zoals vaak door hedendaagse reguliere therapeuten verlangd wordt. Anderzijds besteedt ze veel aandacht aan het waken voor overdrijven, dramatiseren en slachtoffergedrag (beseffen dat hooggevoeligheid sterkere emoties kan oproepen dan reƫel gerechtvaardigd is: het bewaken van de interne sensitiviteit), evenals aan enige assertiviteit waaraan het veel HSP's vaak ontbreekt. Ook stimuleert ze HSP's vooral aan het maatschappelijke leven te blijven deelnemen. Omdat hun hooggevoeligheid hen in staat stelt informatie onder de juiste omstandigheden (een rustige werkomgeving zonder een overmaat aan druk en kritiek en overdreven toezicht) beter en uitgebreider te verwerken kunnen zij aanzienlijk aan de samenleving bijdragen. Door deze positieve waardering van en betere omgang met de aangeboren kwaliteiten zullen veel HSP's volgens Aron een gelukkiger geestelijk leven leiden.
Aron wijst dus ook op een sociaal-psychologische context. Hooggevoeligheid brengt volgens haar veel waardevolle eigenschappen met zich mee waardoor HSP's bijvoorbeeld vaak de 'ideale werknemer' zijn: consciƫntieus, loyaal, gericht op kwaliteit en met een hoog inzicht in mensen en processen. Daarnaast constateert Aron uit onderzoek dat HSP's zich meer dan gemiddeld aangetrokken voelen tot kunst en wetenschappen en adviserende en verzorgende taken, en minder tot leidinggevende functies en competitieve beroepen. Aangezien deze beroepsgroepen, net als alle andere, menig beroemdheid hebben voortgebracht die van algemeen erkend belang voor mens en samenleving is geweest, wordt dit als ondersteuning van Arons argument gezien dat hooggevoeligheid beslist maatschappelijk positief te waarderen valt in plaats van dat het gecorrigeerd moet worden. Ze stelt dan ook dat de therapeutische psychologie niet moet zwichten voor de eisen van een cultuur of tijdgeest die macht, winst en insensiviteit hoger lijken te waarderen en pleit ook in maatschappelijke zin voor een positieve herwaardering van hooggevoeligheid.
Volgens Elaine Aron is 15 tot 20 procent van de mensen hooggevoelig en zij is fel tegen opname van de term in het DSM-IV omdat het een aangeboren karaktereigenschap betreft. Tot op heden is dat ook niet het geval.
Behalve door Aron zijn ook door psycholoog Ted Zeff twee boeken over hooggevoeligheid gepubliceerd.
Bron: Wikipedia