Verlegen kinderen
Temperament en persoonlijkheid
Al voor onze geboorte bezitten we allemaal een bepaald temperament, een aangeboren biologische neiging, om op een bepaalde manier te handelen. Een belangrijk aspect daarvan, wat een rol lijkt te spelen bij het optreden van verlegenheid, is de geremdheid of het ontbreken ervan.
Kinderen met een geremd temperament reageren vaak sterk op prikkels. Ze lijken uiterst gevoelig voor nieuwe situaties of voorwerpen. Kinderen met een ongeremd temperament zouden over het algemeen rustiger blijven tegenover iets nieuws.
Genetisch bepaald?
De wijze waarop ons lichaam reageert op prikkels is biologisch bepaald. Omdat kinderen met een geremd temperament niet automatisch een verlegen volwassene worden, en kinderen met een ongeremd temperament in een later stadium soms toch verlegenheid kunnen ontwikkelen,
kan geconcludeerd worden dat temperament alleen niet tot verlegenheid kan leiden. Een geremd temperament bepaalt dus niet het lot van deverlegen mens.
Opvoeding
Uit enkele onderzoeken blijkt, dat een gebrek aan ouderlijke aandacht en affectie, of juist overmatige bezorgdheid van de ouders, de kans op sociale angst vergroot. Wanneer een kind weinig aandacht krijgt, wordt onbewust de boodschap gegeven dat het kind niet veel voorstelt. Ouders die negatiefreageren op een schuchter kind door het verwijten te maken of uit te lachen, geven het verlegen kind niet de steun die het nodig heeft om met de verlegenheid te leren omgaan, maar veroorzaken met hun opvoedingsgedrag een negatief zelfbeeld bij het kind.Overmatige bezorgdheid kan bij het kind het idee doen ontstaan dat de wereld waarin we leven gevaarlijk is. Het kind kan bovendien het gevoel krijgen dat hij niet in staat is om met eventuele gevaren om te
gaan.Kinderen die verlegen zijn, zullen moeite hebben met allerlei sociale situaties en deze uit angst het liefst proberen te vermijden. Begripvolle, liefdevolle steun en stimulatie van ouders is nodig om verlegen kinderen toch positieve sociale ervaringen op te laten doen. De angst zal dan minder worden, het kind kan sociaal zelfvertrouwen ontwikkelen. Het achterwege blijven van deze steun en stimulatie kan de kans op het ontwikkelen van sociale angst doen toenemen.In de opvoeding kan de attributiestijl van een kind bijgestuurd worden als deze onjuist is. Het is denkbaar dat wanneer dit niet gebeurt, de kans op irreële gedachten toeneemt, en dit kan weer leiden tot een negatief
zelfbeeld en een toename van de verlegenheid.
Voorbeeldleren
Wanneer ouders gedrag vertonen waaruit je kunt afleiden dat bepaalde situaties gevaarlijk of beangstigend zijn, kun je als kind die situatie ook als gevaarlijk gaan beschouwen.
Ervaringen
Sociale angst kan ontstaan door negatieve sociale ervaringen die als traumatisch beleefd zijn. Gepest zijn, mishandeling, seksueel misbruik, zijn hier voorbeelden van. Op zichzelf minder traumatische ervaringen, bijvoorbeeld afgewezen worden, zijn voor een verlegen mens veelal een grote angst en zorg omdat ze een bevestiging kunnen zijn van het toch al negatieve zelfbeeld. Deze ervaringen veroorzaken de verlegenheid niet. De persoon heeft immers al kenmerken van verlegenheid. Hij hanteert hierdoor een verkeerd gedachtenpatroon.
Moet mijn kind in therapie?
Een verlegen kind heeft de juiste begeleiding en aandacht nodig van deopvoeders. Ze zijn wat afwachtender en tonen niet vanzelfsprekend initiatief tot het verkennen van wat zich buiten hun veilige bekende wereld(je)bevindt. Ze hebben meer tijd nodig om vertrouwd te raken met iets nieuws. Opvoeders moeten daar rekening mee houden en begrip voor tonen. Een verlegen kind hoeft daarom doorgaans niet in therapie maar is gebaat bij een begripvolle goede begeleiding. Ouders die niet goed met de verlegenheid weten om te gaan, kunnen hier steun of begeleiding voor zoeken.
Wanneer je kind ondanks deze begeleiding geen nieuwe stapjes durft tezetten en angstig blijft, is het verstandig om hulp voor je kind te zoeken.
Wanneer hulp zoeken?
Wanneer het verlegen gedrag ook bekenden betreft, ook kinderen betreft of wanneer het kind niet over de verlegenheid heen kan stappen na een periode van wennen en het kind over zich heen laat lopen is er niet meer sprake van gewoon "wat verlegen gedrag". In dit geval is het goed om hulp voor het kind te zoeken. Anders zal het kind in een vicieuze cirkel belanden van geen contact aan durven gaan, hierdoor buitengesloten raken en geen ervaring op kunnen doen, waardoor het kind nog onzekerder wordt en nog minder initiatief tot contact zal durven laten zien. Deze negatieve spiraal zal dan doorbroken moeten worden zodat het kind ook positieve ervaringen kan gaan opdoen in het contact met anderen.
Ook moet er in dit geval goed gekeken worden wat de onderliggende problemen zijn van het verlegen gedrag. De onderliggende problemen zoals faalangst, onzekerheid of een negatief zelfbeeld kunnen dan ook aangepakt worden. Zonder het aanpakken van deze onderliggende
problemen zal het zeer moeilijk zijn voor het kind om de verlegenheid te overwinnen.
En verlegenheid overwinnen betekent niet dat het kind niet meer verlegen is, maar wel dat het kind leert omgaan met zijn of haar verlegen gedrag en dat het geen grote belemmering is voor het kind in het dagelijks leven.
Literatuur
Ploeg, J. van der (1998) Had me dat eerder verteld. Hoofdstuk 9 blz 100-118. SWP, Utrecht.
Hetherington, E.M. & Parke R.P. (1986) Childpsychology, a contemporary viewpoint.
Hoofdstuk7, blz 258 - 264, McGraw Hill International Editions.
Kleijne, G. (1999), Als je kind verlegen is. Kinderen, september 1999.
_______________________________________________________________________________
Is verlegenheid altijd een probleem?
"Verlegenheid is een cultureel bepaald gegeven," vertelt psycholoog Alfred Lange. "Wat sommigen ‘verlegen’ noemen, noemen anderen ‘de kat uit de boom kijken’. In onze cultuur neemt assertiviteit een wat al te hoge plaats in en lijkt het alsof kinderen die wat afwachtend of
voorzichtig en bescheiden zijn een probleem hebben. Dat hoeft helemaal niet het geval te zijn. De beoordeling zegt soms meer over de beoordelaar dan over de beoordeelde. Sommige onderwijzers zijn in dit geval wat snel met hun (negatieve) oordeel."
Het is niet de bedoeling dat we alle gevoelige, meer bedeesde kinderen zouden moeten omvormen tot assertieve, haantjes de voorsten. We moeten oppassen dat we geen ruimte meer laten voor kinderen die bescheiden zijn en kinderen die meer tijd nodig hebben om te ontdooien. Een kind dat zich de kaas van het brood laat eten op het kinderdagverblijf, hoeft echt niet meteen naar een weerbaarheidscursus!
Belemmerend
Het is natuurlijk wat anders als een kind bepaalde situaties gaat vermijden, zichzelf te kort gaat doen, of angsten gaat ontwikkelen. Een kind dat last heeft van zulke verlegenheid, is de hele dag gespannen; dat kost energie die je niet ergens anders aan kunt besteden. Deze kinderen zijn zo
verlegen, dat ze geen vriendjes hebben, of zich afhankelijk maken van één vriendje en nooit ergens naartoe durven om te spelen.
Verlegenheid die het kind zelf tot last is, daar moet je wel wat aan doen. Een kind kan dat niet zelf oplossen en het zal er ook niet overheen groeien, zoals vaak gezegd wordt.
bron: http://www.hulporganisaties.be